Man uit Westzaan 5 jaar cel en tbs voor neersteken vriend in Eindhoven

Westzaan / Eindhoven – De rechtbank Oost-Brabant heeft een 26-jarige man uit Westzaan vanwege een poging tot doodslag veroordeeld tot een gevangenisstraf van 5 jaar en terbeschikkingstelling (tbs). Hij stak vorig jaar vanuit het niets een vriend neer.

De verdachte was in februari 2018 op bezoek bij een vriend van hem in Eindhoven. Op enig moment besloten ze lopend naar een andere man te gaan. In een steegje liep de verdachte achter zijn vriend en stak hem zonder enige aanleiding plots 4 keer met kracht met een mes in de rug. Het slachtoffer rende weg op het moment dat de verdachte weer dreigde te steken en werd opgevangen door hulpvaardige buurtbewoners.

De verdachte gaf tot op heden geen steekhoudende verklaring voor zijn handelen. Hiermee houdt de rechtbank rekening bij het bepalen van de straf. Verder rekent de rechtbank het de verdachte zwaar aan dat het zeer gewelddadige karakter van het delict laat zien dat hij er niet voor terugschrikt zwaar geweld tegen anderen te gebruiken. Uit de verklaring van het slachtoffer blijkt dat het incident grote impact op hem had. Hij maakte zeer angstige momenten door en weet nog altijd niet waarom dit gebeurd is. Het slachtoffer ondervindt nog dagelijks de gevolgen van het incident; hij kampt met lichamelijke en vooral psychische klachten.

Verder weegt mee dat de verdachte in februari 2015 ook al is veroordeeld voor onder andere een poging tot doodslag. Al met al oordeelt de rechtbank dat een lange vrijheidsbeneming op z’n plaats is. Daarnaast is het volgens de rechtbank noodzakelijk dat de verdachte tbs krijgt opgelegd, ondanks de weigering van de verdachte om mee te werken aan een onderzoek naar diens geestvermogens in het Pieter Baan Centrum.. Een psycholoog en een psychiater stelden echter in 2014 dat er bij de verdachte sprake is van een ziekelijke stoornis en/of een gebrekkige ontwikkeling van zijn geestvermogens en dat de kans op herhaling groot is Omdat de verdachte na 2014 niet is behandeld gaat de rechtbank er van uit dat de stoornis nog steeds aanwezig is en dat het gevaar groot is dat verdachte weer een ernstig strafbaar feit zal begaan. Daarom wil de rechtbank de verdachte niet onbehandeld terug de maatschappij in sturen na zijn celstraf.
De verdachte moet het slachtoffer ook een schadevergoeding betalen van ruim 6.000 euro.